Vier wijzen uit het westen

06 januari 2022

Roel, Jan, Martin en Dick wonen met veel plezier in het 55-pluscomplex aan de Loosduinsekade, de Nieuwendamlaan en de Den Helderstraat. De vier grijze, wijze heren zijn de ogen en oren van het woonblok en vormen samen de contactgroep. Ze vertellen over hun complex en over wat er zoal is veranderd in de buurt.

Vroeger zaten ze in de bewonerscommissie, maar nu ze met z’n vieren zijn en al op hoge leeftijd, vormen ze de contactgroep. “Dat is een verschil: we hoeven nu geen administratie te voeren,” legt Dick uit, “maar we doen bijna hetzelfde.” Met elkaar hebben ze een paarhonderd jaar levenservaring en een hoop herinneringen aan de omgeving waar ze wonen. Daar komen we straks, eerst het hier en nu. “Als contactgroep houden we hier alles een beetje bij,” vertelt Dick, die al 18 jaar in het complex woont. “We melden het bij Staedion als bijvoorbeeld de verlichting in het portiek stuk is of als een goot verstopt zit.” 
 

Netjes en heel

Jan kwam hier 54 jaar geleden wonen, toen het complex net klaar was. Hij is een van de oprichters van de bewonerscommissie en is bij de contactgroep gebleven. “We zien zelf wel dingen in het complex, maar als we van bewoners iets horen, geven we dat ook door. Zo houden we het samen in de gaten. Maar we zijn geen klachtencommissie, hoor.” Martin zegt: “We vinden het belangrijk dat het allemaal netjes en heel blijft. Daarom ben ik 24 jaar geleden bij de bewonerscommissie gegaan. Ik was secretaris. En met de contactgroep zetten we het een beetje voort.”
 

Goed contact

Roel is ook al 16 jaar van de partij. “Als commissie waren we serieus, maar de vergaderingen met Staedion sloten we altijd af met een borrel, hartstikke gezellig. We mochten ook elk jaar naar het Varend Corso, daar werden alle bewonerscommissies voor uitgenodigd.” Dick knikt. “Nu is het wat soberder. Met de contactgroep komen we eens in het halfjaar bij elkaar in Swaenesteyn, het zorgcentrum aan de overkant. Daar is Staedion bij met mensen van de technische dienst. Dat werkt goed. Het contact is sowieso goed, want als we iets melden, reageren ze snel.”
 

Alles was polder

De heren zien wel dat de tijden veranderen. Martin: “Nieuwe bewoners komen zich niet meer voorstellen. Dat was vroeger echt anders. Je ziet het overal wel, dat het afstandelijker wordt.” De anderen knikken. “Niet alleen de mensen zijn anders, maar deze hele omgeving is enorm veranderd,” zegt Jan. Hij tuurt over de vaart. “Toen ik hier 54 jaar geleden kwam wonen, was er nog geen tram. En de vaart was twee keer zo breed. Er voeren hier boten voorbij naar het Westland. Waar Swaenesteyn nu staat, stond een witte boerderij en hiernaast was een tankstation. Verder was alles nog polder. Dat kun je je toch bijna niet meer voorstellen?” Ze hebben allemaal hun eigen herinneringen aan de plek. “Ik heb hier heel wat uren zitten vissen op karper,” zegt Martin. “Daar was een café met een winkeltje. De tuinders gingen daar zogenaamd eten, maar stiekem namen ze dan een borreltje,” weet Roel nog. Ze lachen. Ja, alles is veranderd. Maar het is niet minder mooi. Want ze zijn nog actief en houden van hun flat, waar ze zich graag voor inzetten.