Stukje Marrakech middenin Den Haag

25 juli 2019

Het oude centrum van Den Haag is een van de meest versteende stukjes van de stad, en nergens is het ‘steniger’ dan in de nieuwbouwstraatjes tussen de Boekhorststraat en de Paviljoensgracht. Op warme dagen is het er zomaar drie graden warmer dan in de rest van de stad. Toch is er een uitzondering: de Oog in ’t Zeilstraat is een oase van groen. Geraniums verwelkomen je aan het begin, en links en rechts in de straat staan bloembakken met roze kaasjeskruid en fatsia met grote glanzende bladeren. En dat is nog maar een tipje van de sluier...

Halverwege de straat bevindt zich een poort, waarachter een weelderige oase verborgen ligt. Grote terracotta potten, een forse olijfboom, blauweregen, een palmboom... en twee knalblauwe lage muren. En overal fraaie gekleurde tegels, de ene keer Moors of Spaans van stijl, de andere keer typisch negentiende-eeuws. “Ja, ik ben nou eenmaal dol op die tegels”, klinkt het bijna verontschuldigend. “Mijn huis ziet er ook uit als een Marokkaanse soul!” Aan het woord is Onno van der Laan. Hij woont al bijna 20 jaar in de straat, pal tegenover de binnentuin. Maar pas sinds een jaar of vijf is hij actief als de tuinman van de straat. “En eigenlijk heb ik helemaal geen groene vingers. Maar het is gewoon zo gekomen.”

Lees verder na de foto

Toen Van der Laan net in de straat woonde, begin jaren ’90, was het allemaal een stuk minder idyllisch. Hangjongeren zorgden voor veel overlast, rommel en een gevoel van onveiligheid, vooral in en om de doorgang tussen de Oog in ’t Zeilstraat en de Katerstraat. “Dat werd minder toen er aan het eind van de straat een hek kwam, maar toen werd deze plek dus een soort afwerkplek waar alles gebeurde wat verboden was”, herinnert Van der Laan zich. “Drugshandel en –gebruik, wapenhandel, prostitutie, noem het maar op en het gebeurde.”
 
Na aandringen bij wooncorporatie Staedion kwam er eindelijk een hek bij aan de Oog in ’t Zeilstraat om de plek af te sluiten. Maar het gevolg was dat er niemand meer kwam, waardoor de verloedering om zich heen greep. “Het werd steeds viezer en rommeliger, ik kon het niet meer aanzien. Dus heb ik Staedion gezegd: laat mij het opknappen! Uitgerekend rond die tijd had Staedion een prijsvraag waarin subsidies ter beschikking werden gesteld aan mensen die hun woonomgeving wilden verbeteren. Ook bij de gemeente waren er wel oren naar mijn idee, dus dat geld en dat groene licht kwamen er.”
 
Vijf jaar verder zijn we inmiddels, en de binnentuin ligt er prachtig bij. Alleen de tegelvloeren moeten nog vastgezet worden, dat is de eerstvolgende grote klus. Het idee voor de Arabische stijl haalde Van der Laan helemaal uit Marokko, uit Marrakech om precies te zijn. Daar had de beroemde Franse mode-ontwerper Yves Saint-Laurent een prachtige tuin aangelegd, de Jardin Majorelle. “Daar komt dat felle blauw vandaan”, licht hij toe. “Maar ik hou ook erg van de Spaanse ontwerper Gaudi en zijn Parc Guell in Barcelona, met al die gekleurde tegels. Een plek waar mensen samenkomen om van te genieten, en datzelfde hoop ik ook voor deze binnentuin, dat mensen er komen zitten in de schaduw en een kopje thee drinken.”
 
Dankzij Staedion is er geld gekomen voor bloembakken en zitjes in de straat, en ook voor een irrigatiesysteem in de binnentuin. “Goddank. In het eerste jaar was dat er nog niet. Toen heb ik met een hele lange tuinslang vanaf mijn woning twee hoog aan de overkant drie keer per week de planten besproeid. Wat een werk! Ik heb wel eens uitgerekend dat ik misschien wel 800 uur werk in de tuin stak, op jaarbasis. Maar het is zo lonend om te doen, en zo leuk dat de straatbewoners er blij mee zijn. Dat bevalt me ook zo aan de aanpak van de gemeente en van Staedion. Ze werken er echt aan om de stad te verbeteren, en daarbij luisteren ze naar de bewoners. Je ziet het vooruitgaan in de buurt, kijk alleen al naar de Boekhorststraat. Voorlopig tuinier ik dus lekker door.”