Lintje voor Haagse 'supervrijwilliger' Jan de Bruijn (70)

11 juni 2019

Hij kan er nog om lachen, Jan de Bruijn (70). Over hoe hij onder valse voorwendselen naar het stadhuis was gelokt door zijn vrouw. Een koffieconcert, daar zouden ze heen gaan. “Maar toen we arriveerden werden mijn vrouw en ik meteen uit elkaar gehaald en ik werd naar boven gebracht. En daar zag ik allerlei bekende gezichten uit het vrijwilligerswereldje. Ja, toen begon me toch wel wat te dagen.”

 En het was dan ook niet lang daarna, dat burgemeester Pauline Krikke de woorden uitsprak “Het heeft zijne majesteit behaagd:... en hem een lintje werd opgespeld. Lid in de Orde van Oranje Nassau mag Jan de Bruijn zich nu noemen. Een koninklijke blijk van waardering voor een leven in het teken van inzet voor anderen. Het lijstje onder zijn naam is indrukwekkend.
 
Coördinator Buurt Interventieteam Wateringse Veld.Vice-voorzitter Bewonersplatform Wateringse Veld. Initiatiefnemer en lid Burgerschapspanel Wateringse Veld. Vrijwilliger Florence. Mantelzorger. Vrijwilliger bij de Voedselbank. Lid diverse adviesfora Staedion. Bestuursfuncties bij de ouderraden van Grotius College Delft en Wateringse Veld College. Oprichter en voorzitter Bewonerscommissie Sweerushof.
 

Gewaardeerd

“En dat is nog geeneens alles”, vertelt De Bruijn. “Mijn dochter had me aangemeld voor zo'n lintje, dat is twee jaar lang een enorm gedoe geweest. Als je maar gewoon ergens twintig of vijfentwintig jaar bij een en dezelfde club of kerk vrijwilligerswerk doet is het snel geregeld. Maar ik deed van alles wat, overal en nergens. En die jaren kunnen kennelijk niet zomaar bij elkaar opgeteld worden. Toch ben ik nu heel trots en blij. Je voelt je toch gewaardeerd.”
 
Die waardering is een van de dingen waarom De Bruijn zijn vrijwilligerswerk doet, en blijft doen. Zo rijdt hij regelmatig als chauffeur van de taxibus met ouderen door de stad en de regio. “Als je ziet hoe gelukkig je iemand maakt door een dagje met ze uit rijden te gaan. Even een harinkje happen op Scheveningen. Dat is zo fijn. Sommige mensen komen nooit buiten, krijgen nooit bezoek omdat de familie ver weg woont. Vereenzaming komt meer voor dan je denkt.”
 
Ook al is hij inmiddels gepensioneerd: wat vrijwilligerswerk betreft heeft De Bruijn het alleen maar drukker gekregen. “Ik kan nou eenmaal moeilijk nee zeggen. En het is zulk lonend werk, ik kan het iedereen aanbevelen. Als je hoopt dat er later op je oude dag iemand naar je omkijkt, doe dan zelf ook wat, zeg ik dan. Zo heel veel moeite kost het niet en je maakt er mensen gelukkig mee.”
 

Jongerenhonk

Maar Jan de Bruijn zet zich niet alleen in voor oudere Hagenaars. “Ik heb me ook altijd voor jongeren ingezet. In de jaren tachtig ging het geregeld mis rond de Melis Stokelaan en in Vrederust, jongerenhonken gingen in vlammen op, de ME kwam er aan te pas, het stond in alle kranten. Toen ben ik samen met dominee Jan Eerbeek eens met die jongeren gaan praten in plaats van alleen maar erover. En dat heeft geholpen. We hebben toen afgesproken dat ze, als ze zich zouden gedragen, een eigen honk zouden krijgen. Nou: ze gedroegen zich voorbeeldig, staken nog niet eens schuin over, maar na anderhalf jaar hield de gemeente woord en kregen ze hun honk. Nog steeds zie ik knulletjes voetballen op trapveldjes waarvan ik ooit heb geregeld dat ze er kwamen. Ja, dat doet me goed. En zo lang ik nog dingen voor elkaar kan boksen en de mensen het blijven waarderen ga ik door. Wat dat betreft is het fijn dat ik goed kan samenwerken met de gemeente, maar ook met Staedion. Daar werken ze echt heel prettig mee, daar ben ik heel tevreden over. Maar als u het niet erg vindt... ik moet zometeen naar een vergadering van het Buurt Interventieteam!”