Loosduinse in hart en ziel

02 mei 2019

Ze voelt zich een echte Loosduinse, Dinie Keyzer (97 jaar), ook al stond haar wieg helemaal in het verre Kampen, en groeide ze op in Deventer. Maar als je zeventig jaar op een plek woont, dan ga je je er onherroepelijk mee verbonden voelen. En voor mevrouw Keyzer heet die plek niet zozeer Den Haag, als wel Loosduinen.

Inwonen wat heel gewoon 

“Tijdens de oorlog waren de ministeries allemaal naar het Oosten van het land verplaatst”, herinnert mevrouw Keyzer zich. “Het ministerie van Financiën, waar mijn man werkte, was in Deventer gevestigd. Maar na de bevrijding keerde alles weer terug naar Den Haag. Dus verhuisden we mee, dat deed je gewoon.” Het was de tijd van wederopbouw en woningnood, en het jonge echtpaar Keyzer ging eerst een poosje inwonen bij de schoonouders, wat in die tijd heel gewoon was. “En daarna konden we een woning huren in de Balistraat, in de sjieke Archipelbuurt.”
 

Een nieuwe woning aan de Ockenburgstraat

Maar toen er in 1950 splinternieuwe portiekwoningen werden opgeleverd aan de Ockenburgstraat in Loosduinen greep het paar die kans met beide handen aan. “Zo’n splinternieuw huis was veel fijner dan een oud huis. Zelfs al was het dan helemaal aan de andere kant van de stad, met open weilanden en bossen eromheen. Ja, we gingen huren, dat deed vrijwel iedereen, een koophuis was voor ons niet bereikbaar. Ik weet zelfs nog hoeveel huur we moesten betalen. Vierendertig gulden per maand! Voor een huis met een voor- en een achtertuin. Daar hebben we altijd fijn gewoond, al die jaren met dezelfde buren. De familie Visser, Rensink, de Van Schaijkjes... allemaal bewoners van het eerste uur. Het was een fijne straat.”
 

Eersten in de buurt met een televisie

“Wat wel heel bijzonder was: wij waren de eersten in onze buurt die een televisie hadden. Zo’n ‘hondenhokkie’ noemden we dat, weet u nog wel? Nou, dat was natuurlijk een sensatie. Elke woensdagmiddag, als er kinderprogramma’s uitgezonden werden, zat ons huis vol met alle kinderen uit de buurt! Soms waren het er wel dertig! Ze moesten wel netjes hun schoenen uitdoen voor ik ze binnenliet”, lacht mevrouw Keyzer.

Lees verder na de foto
“In al die jaren is er niet eens zo gek veel veranderd in onze straat”, gaat zij verder. “Er zijn wel veel meer auto’s bij gekomen. Parkeren werd de laatste jaren steeds moeilijker omdat ook jongelui steeds vaker een auto hebben, soms zijn er wel drie of vier auto’s per voordeur.”
 

Loosduinen verlaat je niet

Sinds haar man overleed in 1997 woonde mevrouw Keyzer alleen, maar dankzij hulpvaardige buren kon ze zich prima redden. Totdat in november 2018 gebeurde waar zij al zo lang bang voor was: ze kwam ten val en brak haar heup. Het betekende het eind van haar lange tijd aan de Ockenburgstraat. Via revalidatiecentra in Scheveningen en een tussenstop in de buurt van het Leijenburg ziekenhuis keerde ze toch al snel weer terug naar haar dierbare Loosduinen. Nu woont ze in een studio in een woonzorgcomplex met uitzicht op veel groen, in de schaduw van de eeuwenoude Abdijkerk, de vaste kerk van mevrouw Keyzer en een plek met dierbare herinneringen.
 
Mevrouw Keyzer kende zo ongeveer iedereen in de wijk, wat niet zo gek was omdat ze ruim 25 jaar bij de polikliniek –het Oranje Groene Kruis- werkte. “Toen oma met pensioen ging werd haar een afscheidsreceptie aangeboden in de Abdijkerk”, vertelt haar kleinzoon Jeroen Dunant. “Honderden mensen kwamen eropaf, ze stonden in een lange rij. Ja, oma was echt een bekende Loosduinse. Dat was leuk maar het had ook zijn nadelen. Winkelen met oma duurde altijd uren en uren. Om de drie tellen stond je stil omdat er weer iemand een praatje met haar wilde maken!”