Herinneringen aan de Voorburgse blueskelder
Pim woont opnieuw in het huis waar hij opgroeide, in de Von Geusaustraat in Voorburg. Dat bevalt hem uitstekend. Aan deze flat heeft hij goede herinneringen. Vooral aan de blueskelder, waar allerlei Haagse bandjes ontstonden.
“Nee, ik ben niet in dit huis geboren,” zegt Pim, “mijn wieg stond tegen de grens met Leidschendam. Maar toen ik 5 was, zijn we hier met ons gezin komen wonen. Het was begin jaren 50 en de flat was net gebouwd. We waren de eerste bewoners. Al snel kenden we iedereen. De melkboer en de bakker kwamen nog langs en er was veel contact in de buurt. Op woensdagmiddag keken we televisie bij buren die er al een hadden.” De nu 76-jarige Pim weet het nog goed. “De flat was klein voor 4 mensen. Mijn zusje had een eigen kamer, ik niet. Ik maakte mijn huiswerk aan de eettafel en ’s nachts sliep ik op een opklapbed in diezelfde kamer.”
Van Q65 tot de Earring
Slapen in de eetkamer leverde hem een voordeeltje op: “Van mijn moeder mocht ik de kelderbox gebruiken. Daar heb ik een blueskelder van gemaakt. Ik verfde hem geel en groen, echt Haags, en van een bevriend etaleur kreeg ik visnetten en geluiddempend materiaal. Veel jongeren hielden van Elvis, maar ik vond blues veel beter. Simpel en lekker.” Zelf speelde hij niet, hij bracht vooral mensen bij elkaar. “Veel muzikanten leerden elkaar kennen in de kelder en vormden bandjes. Ik ken ze allemaal, van de jongens van Q65 tot de Earring. En Livin’ Blues natuurlijk. Die band is in de kelder ontstaan en bestaat nog steeds.”
Meisjes
Met trots wijst hij in de tuin naar het raam van zijn blueskelder. “Daar gebeurde het,” zegt Pim. Het kleine keldertje had een groot effect. “Zelfs in Canada stond het in de krant.” Dankzij de kelder ging hij ook optredens en festivals organiseren. En natuurlijk had hij veel belangstelling van meisjes. “Ik weet nog dat twee meiden uit het buitenland naar me op zoek waren, omdat ze gratis bij ons wilden overnachten, haha! Ik hoefde ook nooit uit te gaan om meisjes te ontmoeten, die leerde ik ook kennen in de kelder.”
Oorspronkelijke staat
Pim verhuisde uit zijn ouderlijk huis. Maar toen zijn vader in 1999 overleed, wilde Pim graag terug naar de flat. “Ik mocht de huur niet van hem overnemen. Ik stond gewoon ingeschreven bij Woonnet, net als iedereen. En ik had enorm geluk: ik was nummer 40 op de lijst, maar kreeg de woning!” Hij veranderde er weinig aan. “Dit is de enige woning in de flat die nog in de oorspronkelijke staat is,” zegt hij een beetje trots. “Zo voel ik me het meest thuis.”
Schoolplein vegen
Later leerde hij een Indonesische vrouw kennen. Hij trouwde met haar en verbleef vaak in haar thuisland. “Ze kwam uit een straatarme familie. Op school moest ze nablijven om het schoolplein te vegen, omdat haar vader geen schoolgeld kon betalen. Zelf had ik ook nooit geld, ook geen auto of brommer, maar wij hadden het hier veel beter.” Daarom begon Pim de stichting Suvono om geld in te zamelen voor de wijk waar zijn vrouw opgroeide. “Daarmee hebben we veel kinderen naar school kunnen laten gaan.”
Opslagruimte
Pim leidde een rijk leven als reisleider, organisator van evenementen en programmamaker, grotendeels vanuit dit huis. “De blueskelder is nu opslagruimte. Maar in totaal 71 jaar binding met deze woning is wel bijzonder. Al is het een huis van Staedion, het voelt als mijn eigen huis.” Er zijn wel dingen veranderd, merkt hij. “De contacten met de buurt zijn minder hecht dan vroeger. Maar het is een veilige wijk en het is fijn wonen. En ik loop vanuit mijn huis overal naartoe. Handig als je geen auto of brommer hebt.”
Lees meer over
Wijken binnen dit artikel: Voorburg