Verborgen Tuin Rustenburg verguld met Gulden Klinker

29 maart 2018

Een maartse woensdagmiddag in Rustenburg, in de Loenensestraat. Hoewel de zomertijd net is ingegaan, en de narcissen hun best doen om de voortuintjes op te fleuren, is het winters koud en komt de regen met bakken uit de lucht vallen. Ergens aan een hek wappert een trosje ballonnen een beetje verloren in de wind. 'FEEST' staat erop te lezen.

Achter dat hek ligt een van de pareltjes van de wijk, de Verborgen Tuin van Rustenburg. En daar is echt reden voor een feestje. Wethouder Rabin Baldewsingh kwam langs om een Gulden Klinker uit te reiken: een stedelijke blijk van waardering voor burgerzin in de vorm van een bijzondere straatklinker en een cheque van duizend euro.

Afspraken

Annemarie Buitenhuis is druk in de weer in het honk van de tuiniers. “Dit was altijd al een tuin”, vertelt ze terwijl ze slingers ophangt, “maar het was eigenlijk een beetje een verwaarloosde wildernis. In 2016 zijn er samen met Staedion afspraken gemaakt, en hebben we er een echte wijktuin van kunnen maken.” Een deel van de tuinen wordt als privétuintje gebruikt door buurtbewoners, en een ander deel is gemeenschappelijk. “Daar is een moestuin en een gezellige zithoek en een barbecue. Dat gezamenlijke deel wordt ook door de privétuinders onderhouden, dat is de afspraak.”
 

Egel

“Wat ik zo fijn aan deze tuin vind is dat hij een positieve impuls geeft aan de hele buurt. Het maakt de wijk groener en leefbaarder. En ik vind het een waardevolle plek om mensen dingen te laten delen. En om kinderen te laten zien dat je niet altijd alleen aan je eigen geluk moet denken maar ook samen iets kunt bereiken. De openbare ruimte is niet van niemand, die is van ons allemaal.” Ze verheugt zich nu al op de komst van een bijzondere nieuwe bewoner. “Als alles goed gaat krijgen we dit voorjaar een eigen egel van de egelopvang. Een perfecte en milieuvriendelijke slakkenbestrijder!”
 

Koud buffet

Intussen druppelen steeds meer mensen binnen met zelfgebakken cakes en taarten. Buurtbewoonster Angelika, die bezig is een cateringbedrijfje te starten, komt zelfs met een compleet koud buffet op de proppen, met wraps, blokjes kaas en vooral heel veel verse groente. “Nee, niet uit eigen tuin”, lacht ze. “Daar is het nog te vroeg voor. Maar later in het jaar gaan we zeker onze eigen tomaten en groenten oogsten.”

Cupcakes

Ook Kitty Jansen arriveert met een berg vrolijk gedecoreerde cupcakes. “Die zijn gemaakt door de kids van buitenschoolse opvang 2 Torentjes (kinderopvang 2Samen)”, vertelt ze. “We zijn net gestart en we hopen regelmatig met de kinderen in de Verborgen Tuin aan de slag te kunnen. Het is leuk voor ze om buiten te spelen en heel leerzaam om zelf groente te kweken en daar iets lekkers mee te maken.” Even later arriveren de kinderen, die meteen naar de toren van cupcakes rennen en hun eigen baksels beginnen op te peuzelen.
 

Allerlaatste

En dan arriveert eindelijk wethouder Rabin Baldewsingh, en is het tijd om de Gulden Klinker te plaatsen. Dat gebeurt met behulp van een paar stoere jongens.“Ik zal de Loenensestraat nooit vergeten”, zegt de wethouder vanonder zijn Haagse paraplu. “Tien jaar geleden ben ik met de Gulden Klinkers begonnen, en dit is de allerlaatste die ik plaats.” Er zijn immers net verkiezingen geweest, en er komen nieuwe wethouders aan. “Ik ben trots op wat jullie hier allemaal met elkaar klaargespeeld hebben. Mensen die samen verantwoordelijkheid delen voor zoiets moois, dat zien we graag in Den Haag.”

Geheim ingrediënt

Annemarie Buitenhuis voert het woord namens de buurt en de tuinders. Ze verwelkomt alle aanwezigen, ondanks de regen zijn het intussen tientallen mensen. Buurtbewoners, tuinders, kinderen kijken toe, net als de Escampse stadsdeeldirecteur René Baron en de wijkagent. “Zonder Staedion hadden we hier niet gestaan, hen wil ik als eerste bedanken”, vertelt Buitenhuis. “Ik heb een toepasselijk citaat gevonden: 'the secret ingredient is love'; het geheime ingrediënt is liefde. Met die liefde maken we hier met elkaar een mooie bloeiende tuin van. En voor wie belangstelling heeft om hier ook te komen tuinieren: er is nog plek op de intekenlijst.” Daarop prijkt intussen al één naam, ziet Merijn, die de lijst bijhoudt. “Ene meneer Moes wil graag een tuintje. Nou ja, toepasselijker kan toch niet?”